"Deze kerst wordt gelukkig anders dan vorig jaar",
dacht Joost. Hij keek opzij naar zijn vriendin Janny die net bij
hem op de bank was komen zitten. Ze had zo'n klei-masker opgedaan.
"Gelukkig, dan is ze even stil", dacht hij. Het licht
van de kleine elektrische kaarsjes in de kerstboom, speelden over
het masker. Joost wist, dat het zijn laatste kerst met haar zou
worden. Volgend jaar om deze tijd zou hij zelf kerst vieren in
Aspen of St.Moritz of misschien wel Hawaii. Met veel geld is van
alles te doen...
Het uitwerken van de details had hem veel tijd gekost en was deze
zomer begonnen kort na die knetterende ruzie. Het was net de druppel
geweest die jaren van woede tot uitbarsting hadden laten komen.
Het was heel vreemd gegaan bij die ruzie; Hij was plotseling heel
rustig geworden en wist het ineens heel zeker, een vaststaand
feit waar niet meer van af te wijken is; Hij zou Janny vermoorden.
-- Aad / Zwavelaars
--
Eén na één overliep hij de duistere details
van het plan in zijn hoofd, waar, hoe, waarmee, hoelaat. Van de
eerste stap tot Janny's verbijsterde blik bij haar laatste miserabele
ademtocht. Een sardonische glimlach speelde over z'n lippen.
"Waar ben jij zo vrolijk over?"
De glimlach trok weg,
"Oh niks, een binnenpretje..." Met een grom keerde ze
zich van hem af.
-- Karolus / Kiekens
--
Joost hield niet zo van kerst. Hij werd er depri van. Al die lichtjes
en bomen, de donkere dagen, de muzak in de straten. De jinglebellsblues
noemde hij het. Nochtans kon hij over het algemeen goed tegen
de duisternis. De flikkering van zijn PC-scherm was beter dan
zo'n lichtbak waarvoor mensen met chronische vermoeidheid al eens
plegen te gaan zitten. Maar kerst, nee dank je. Een bom of twee
onder het kerstgevoel, dat is wat er zou moeten gebeuren, een
Palestijnse zelfmoordaanslag. En Janny, met haar dikke kont, haar
kleimasker, haar commentaar op het feit dat hij zo vaak achter
zijn computer zat: ze zou niet weten wat haar overkwam.
-- Joeri
/ Uren
Dagen Nachten --
"Ik verdrink, maar ik klamp me vast aan een twijgje,"
dacht Janny wanneer ze zich neerzette aan de gedekte tafel. De
kalkoen was nu al te koud. "Nu kerst vieren en stilzwijgend
doen of er niks aan de hand is... Waarom begraven wij niet wat
we ooit hadden -hier en nu? In vrede?" Ze nam een slok wijn
en
vulde zijn glas.
"Schat," probeerde ze de stilte te verbreken.
"Schat? Da's ook al even geleden. Vorige week was het nog
lafaard, lamzak, klootzak. Maar wat wilde je zeggen mijn hartenduifje?"
Hartenduifje: die zat. Haar nonkel Albert noemde haar vroeger
zo. Wanneer zij een jaar of tien was en op zijn schoot zat. "Wil
mijn hartenduifje nog wat drop? Ja he, dat wil ze. Want van drop
krijg je borstjes! En dat wil je toch he lieve Janny?" Op
een zondagnamiddag was het dan gebeurd: haar ouders waren even
bij de buren gaan helpen voor het communiefeest en nonkel Albert
stond plots voor
de deur. Zij had de hele tijd haar gezicht van hem afgekeerd en
had geen geluid gemaakt. Bang dat haar ouders het zouden gehoord
hebben: zij zou de schaamte niet aangekund hebben.
"Schat," probeerde ze opnieuw, "waarom doen we
nog alsof? Waarom stoppen we er niet mee? Ik volg jou tot aan
het einde van de wereld en daar voorbij, maar dan moet je tenminste
doen alsof je mij graag ziet. En ik denk niet dat je dat nog kan."
Zij had geprobeerd alle drama uit haar stem te laten. Het te doen
klinken als een mededeling uit de luidsprekers in de supermarkt.
Maar de laatste woorden hadden gebeefd. Haar maag werd zuur en
zij trok haar hoofd tussen haar schouders. Hij vond zoiets melodrama.
Zwak. Daar kon hij niet tegen. Bang maar beslist hief zij haar
ogen op toen de orkaan niet meteen losbarstte.
-- Frédéric / Druppels
--
Janny keek diep in Joosts ogen. Minutenlang. Maar Joost gaf geen
krimp. Haar ogen dwaalden over zijn grauw gezicht. "Afschuwelijk",
dacht ze. "Heb ik ooit van deze trol gehouden?" Trol,
waar heeft ze dat nou weer vandaan. Plots herinnerde ze zich een
reclamespotje voor een of andere dwaze kinderfilm. De donkere,
flitsende beeldenbrij rolde voor haar ogen af. Ze glimlachte.
Joost voelde zich ongemakkelijk. Waarom lachte 'zijn Janny'? Hij
was helemaal van de kaart. "Waarom lachte ze toch?",
bleef hij zich afvragen."Waarom? Waarom?" Plots richtte
hij zich op. Hij boog zich over tafel en drukte zijn lippen op
een haar lippen. Janny schrok. Een 'french kiss' werd het niet.
Neen, de 'kus' was liefdeloos, inspiratieloos.
-- Bram / Kapingamarangi
--
Maar het eerste min of meer normale gesprek in weken had Joost
niet van gedachten doen veranderen. Hij zou zijn plan uitvoeren.
Hij stond op, keek nog eens naar de elektrische kaarsjes en sloeg
de voordeur achter zich dicht. Hij stapte in z'n auto en reed
weg. "De laatste dag in dit wrak" dacht Joost terwijl
hij over de autosnelweg scheurde. Geld zou binnenkort geen probleem
meer zijn. "Wordt het een Jaguar of een Lexus? Hmmm, misschien
wel eentje van elk!" Joost zag zichzelf glimlachen in de
achteruitkijspiegel van zijn derdehandse Volvo. Hij dacht aan
de passieloze kus van daarnet. "Als ik terugkom en de hele
buurt zich vol
ongeloof in onze flat verzameld heeft, kan ik zelfs zeggen dat
ik haar nog kuste voor ik wegging." De koplampen van een
tegenligger brachten Joost terug naar de realiteit. "Stap
voor stap, Joost" hield hij zichzelf voor "Stap voor
stap. De rol van echtgenoot die kapot gaat aan verdriet is voor
straks" Hij arriveerde bij het verlaten spoorwegstation.
-- Hank / Hank!
--
Eerst was Janny blijven zitten. Ze was geschrokken. Dat er een
hevige reactie zou komen, wist ze. Maar dat hij zou vertrekken?
Nee, dat had ze niet verwacht. Ze stond op en liep hem nog achterna.
Maar het was te laat. Nog net zag ze de blauwe auto de straathoek
omdraaien. Janny keerde verdwaasd terug naar de woonkamer. Zonder
Joost was ze zo alleen, zo verlaten. Ze mocht hem dan wel haten,
toch wilde ze
hem niet graag kwijt. "Binnen een uurtje staat ie terug voor
de deur", probeerde ze zichzelf gerust te stellen, "misschien
zelfs vroeger". Toch begon ze alvast de tafel af te ruimen...
-- Wouter / Karma
Universe --
Haar blik verstarde plots. De droefheid op haar gezicht maakte
plaats voor een sardonische grijns. Haar linkermondhoek trok nerveus
op en neer. Geheel verloren in duistere gedachten schonk ze geen
aandacht aan het getik achter de ijskast. Alles liep verdomme
helemaal anders dan ze verwacht had en Joosts plotse
vertrek liet al haar plannen in de soep lopen. Verbeten schrobde
ze de laatste restjes van wat ooit nonkel Albert was geweest van
de borden. Kalkoen, hah! Die klootzak had ze toch mooi te grazen
genomen. En met Joost zou het, wat er ook gebeurde, niet anders
gaan. Vastberaden zette ze haar schoonmaak verder.
Intussen had Joost de motor afgezet. Het was koud in de auto.
IJzig. Kleine vlokjes dwarrelden naar beneden en smolten op de
warme motorkap. Hij keek op zijn polshorloge. Waar bleef die verdomde
Albert nu toch?
-- DjiM / Page Not
Found --
Joost rookte ongeduldig een sigaret. Het was niets voor Albert
om te laat te zijn. Na een korte tijd kwam er over het besneeuwde
spoorwegemplacement een grote, Joost onbekende, zwarte wagen met
getinte ruiten aangereden. De uitlaatgassen ervan krulden in de
koude vrieslucht. De auto, die een vreemde nummerplaat had, kwam
tot naast Joost gereden en hield toen halt. Een meter stonden
de twee wagens verwijderd van elkaar, in dezelfde richting geparkeerd.
Toen ging de deur van de chauffeurskant open en een vreemde lange
man stapte uit. Hij had lange gepunte oren en een fijn, doch ijskoud
gelaat. Wel, deze vreemde man stapte op de wagen van Joost af
en tikte met een magere vinger tegen het portierraampje. Joost,
die niet echt opgezet was met heel de situatie, draaide het raampje
omlaag. "Mijn baas", zei de vreemdeling terwijl hij
een gebaar maakte naar de zwarte wagen, "zou u graag even
spreken". Dit klonk als een vaststelling, niet als een verzoek.
Joost voelde zich ongemakkelijk worden. Waar bleef nu toch Albert?
"Mijn baas kent u, en wil u om een gunst vragen", zei
de puntorige man. "Ik zou niet twijfelen als ik u was".
Terwijl hij dit zei opende hij het portier van Joost, zodat die
haast niet anders kon dan uitstappen. Hij zette zijn voeten in
het dunne laagje sneeuw, en verliet de veiligheid van zijn auto.
Achter hem sloeg de man zijn portier weer dicht en zei:"Mijn
baas zal dit beslist waarderen."Hij begeleidde Joost naar
een achterportier van de zwarte wagen en opende dit voor hem.
Hij maakte een uitnodigend gebaar naar binnen toe. Joost aarzelde
en bukte zich wat om
het interieur in zich op te nemen. In de duisterte van de wagen
zag hij een dikke man zitten. Rood kostuumpje aan, witte baard,
goedlachs gelaat... Joost richtte zich op naar de man die het
portier openhield.
"Ben je me in de maling aan het nemen of wat!" blafte
hij hem toe. "Speel je spelletjes met anderen, maar verdoe
mijn tijd niet!" Hij maakte aanstalten om zich om te keren
naar zijn eigen wagen, toen de lange man
vanuit het niets een klein pistool tevoorschijn toverde en het
op Joost richtte. "Instappen", zei hij kalm, "mijn
baas krijgt het koud."
--- Polskaya / Polskaya
----
Met een angstig gevoel in zijn onderbuik wrong Joost zich de
wagen in en plantte zich met moeite tussen de anderen. Zijn gedachten
volgden elkaar in hoog tempo op. Met wie had hij hier te maken?
De wagen zette zich langzaam in beweging en zijn oude Volvo achterlatend
draaiden zij de weg op, de donkere, koude nacht in welke verdacht
veel leek op de toon in zijn gemoedsrust.
Albert plaatste zijn wagen zonder al te veel omhaal aan de kant
van de weg nadat hij de wagen van Joost opgemerkt had. Met een
energieke tred sprong hij zijn wagen uit en liep op de Volvo af.
In de donkere nacht kon hij geen persoon onderscheiden achter
het stuur. Dichterbij de auto gekomen keek hij met enige verbazing
naar binnen. "Joost", riep hij terwijl hij zachtjes
terwijl hij op het raam van het portier tikte. "Joost!",
riep hij nogmaals met een lichte stemverheffing. "Zou hij
effe pissen zijn?" Albert speurde de omgeving af zo goed
en zo kwaad als het kon. Maar geen enkele schaduw of vorm deed
Joost los komen van zijn omgeving. Enigzins zenuwachtig begon
hij de omgeving af te speuren op zoek naar de man welke hij al
zo lang kende. Ze hadden samen lief en leed gedeeld en kenden
elkaar al sinds de lagere school. Hoewel hij Joost op sommige
momenten weleens irritant eigenwijs vond, hadden zij al die jaren
goed met elkaar kunnen opschieten. Zelfs het inpikken van zijn
vriendin hadden hem en Joost niet uit elkaar kunnen
houden. Albert nam weer plaats in zijn auto, startte de motor
en zonder het zelf te weten volgde hij dezelfde route als de auto
die Joost net had meegevoerd.
Janny liep verloren door het huis. Ze had Joost eigenlijk al
lang terug verwacht en in haar gedachten speelden zich meerdere
scenario's af. Er zou wat gebeurd kunnen zijn onderweg of zou
hij nu met een opgelucht gevoel de relatie uit rijden? Ze liet
zich vallen op de bank, zette de TV aan en begon verveeld te zappen.
Het late journaal berichtte over een criminele groepering die,
net voor de kerstdagen, een groot aantal ontvoeringen had gepleegd
en waarnaar de politie hard op zoek was. Aanwijzingen waren echter
moeilijk te vinden en ondanks de uitbreiding van het recherche-team
was er nog geen spoor van de daders. Verder zappend kwam ze de
onvermijdelijke Scrooge tegen en bij het zien van de derde geest
zapte ze verder. Een aantrekkelijke blonde vrouw keek verleidelijk
de huiskamer in en de man achter haar maakte niet mis te verstane
bewegingen. Een schok ging door haar heen. Hoewel ze van slag
was, hadden dit soort films een nimmer falende invloed op haar.
Uit een soort gevoel van wraak ten opzichte van Joost, zette ze
de TVwat harder en keek geintresseerd naar het schouwspel wat
zich voor haar ogen ontrok. Haar handen gleden zachtjes over haar
benen... Het late journaal bleek plotseling ver weg. En Joost
leek zich meer dan ooit van haar te verwijderen.
Albert zag voor hem twee achterlichten opdoemen van een donkere
auto. "Dat er mensen zijn die zo laat nog op dit soort wegen
rijden", klonk het door zijn hoofd......
-- Marcel / Tussenhaakjes
--
"Ik moet hier even ingrijpen," zei de dikke man in het rood.
Joost keek hem niet begrijpend aan en maakte aanstalten om een
cynische opmerking te maken. De man smoorde die echter in de kiem
met een resoluut handgebaar. "Je bent ontvoerd," vervolgde hij.
De puntorige man achter het stuur blikte met een veelbetekenende
grijns even achterom naar zijn baas. Daarna richtte hij zijn aandacht
weer op de weg, want het begon nu steeds harder te sneeuwen. Een
witte laag begon zich op het wegdek af te zetten.
"En mag ik ook weten waarom?" Joost probeerde het zo flink mogelijk
te laten klinken, maar intussen voelde hij zijn mond droog worden
en zijn tong aan zijn verhemelte plakken. Met enige moeite wist
hij er nog uit te persen: "Ik heb niet eens geld!"
"Maar je vrouw wel... En daarom gaan we saampjes even langs jullie
huis. Gezellig toch?" De buik van de dikke schudde kortstondig
van ingehouden gegrinnik. Dit voorstel deed het laatste vocht
uit de mond van Joost verdwijnen. Ontvoeren was nog tot daaraan
toe, maar niet terug naar huis! Dat mocht niet gebeuren!
Janny schikte haar kleren en ging haar handen wassen. Een nagenietende
rilling liep door haar liezen. Vervolgens zette zij de televisie
uit, die nu alleen nog maar reclames voor sexlijnen uitbraakte.
In de plotselinge stilte viel het getik achter de koelkast des
te duidelijker op. Met opgetrokken wenkbrauwen liep zij in de
richting van het geluid. Het kwam inderdaad duidelijk achter de
koelkast vandaan.
Inwendig vloekte zij. Was natuurlijk weer die eierwekker achter
de koelkast gevallen! Kon ze weer dat zware geval naarvoren sjorren
om hem erachter vandaan te krijgen. Je kon veel van Janny zeggen,
maar niet dat ze bij vlagen niet behoorlijk bijdehand was. Het
duurde dan ook niet lang voordat het tot haar doordrong dat hier
sprake was van een ongerijmdheid. De eierwekker was al dagen niet
gebruikt en werd dus verondersteld stil te staan. Niet te lopen,
niet te tikken. Met moeite begon ze de koelkast naarvoren te trekken.
Het feit dat zij zich zo intens had ingeleefd in de televisiefilm
van daarnet had al een belangrijk deel van haar krachten gevergd.
Niettemin kwam het apparaat traag en onwillig in beweging, piepend
over het linoleum...
Albert was de auto voor hem tot op een twintigtal meters genaderd.
Het was een zwarte limousine met geblindeerde ramen. Hij reed
niet al te snel. Juist toen Albert besloot om hem ondanks de inmiddels
ingetreden gladheid toch maar in te halen vermeerderde de limousine
zijn snelheid. "Laat ook maar..." mompelde Albert voor zich uit.
Hij besloot naar het huis van Joost te rijden. Misschien zat hij
wel gewoon thuis. En zo niet, dan kon hij altijd nog wel een poging
doen zich met Janny te vermaken.
Zo reed hij een tijdje door, met nog altijd de limousine voor
zich. Naarmate Albert dichter in de buurt kwam van de straat waar
Joost zijn morsige appartement met Janny deelde, leek het wel
of de limousine dezelfde bestemming had. Maar zulk toeval bestond
niet.
"Wie bent u?" raspte Joost angstig.
Met een trotse ondertoon in zijn stem antwoordde de rode dikkerd:
"Kerstman! Het valt me tegen dat je het uniform niet direct herkent!"
Hij graaide onderwijl in zijn ruime broekzak en reikte Joost een
heupflesje aan. "Zo te horen kun je wel een slokje gebruiken.
Dit grijpt je kennelijk aan. Hier!" Joost nam een slok van een
alcoholische drank die hij niet kende. Daarna voelde hij zich
inderdaad weer tot normaal spreken in staat. En wat nog beter
was: hij voelde zijn assertieve vermogens weer enigszins terugkomen.
"Het lijkt me niet tot de taakomschrijving van de Kerstman te
behoren om mensen te ontvoeren." Zijn gesprekspartner slaakte
een zucht. "Je hebt nooit in de Kerstman geloofd, dus ga jij nu
niet bepalen wat tot mijn taakomschrijving behoort." Puntoor loensde
vanachter het stuur een moment dreigend naar Joost, als om de
opmerking van zijn chef te onderstrepen.
"Bovendien," vervolgde deze, "begrijp je kennelijk de rolverdeling
niet. Sinterklaas is de goedheiligman, Kerstman is de rode duivel."
Dit zeggend lichtte hij even zijn rode puntmuts op. Joost ontwaarde
twee hoorntjes op het hoofd van Kerstman. Of eerder: een soort
mini-rendiergewei.
"Hoe komt u aan die... die 'kerstversierselen', om zo te zeggen?"
bracht Joost ontsteld uit. "Een lang verhaal, maar het komt erop
neer dat de goedheilige Sint in een ver verleden wel eens iets
anders wilde dan die alledaagse zwarte pietekontjes en pietemuisjes
en zich gedurende een ogenblik van religieuze zwakte in de regio
Lapland vergreep aan een rendierkoe. Het resultaat van deze kortstondige
maar luidruchtige escapade ben ik: een duivelse Kerstman, een
als zodanig zorgvuldig verzwegen nakomeling van de Sint."
Dit gezegd hebbende grijnsde hij tevreden en streek door zijn
witte baard. "Ho, ho, ho!" riep hij guitig en schudde op zijn
dikke billen heen en weer van plezier.
"Ja, ho ho ho even," dacht Joost nu werkelijk geschokt, plotseling
beroofd van alle waarden uit zijn kindertijd. Dit moest hij even
verwerken. Maar Kerstman gaf hem daarvoor geen gelegenheid. "Terzake
nu!" sprak Kerstman ineens weer streng. "Wat dacht meneer voor
te hebben met die tikkende eierwekker achter de frigidaire thuis?"
Joost zijn hart sloeg over.
-- Arnoud / Verbal
Jam --
Het trage tempo van de voorligger en de onwil van de bestuurder
hem te laten passeren deed Albert verzinken in gemijmer over de
huidige situatie. Al enkele dagen had hij geen kontakt meer kunnen
krijgen met z'n vader. Terwijl z'n ouwe heer juist rond kersttijd
opleefde door het vooruitzicht van een kerstdiner bij zijn nichtje
Janny. Was het niet juist zijn vader geweest die nichtje Janny
aan z'n jeugdvriend Joost had gekoppeld? Elke keer als Joost op
bezoek was kon vader maar niet stoppen met uitwijden over de kwaliteiten
van nicht Janny. Hij bracht ze uiteindelijk met elkaar in kontakt
toen haar ouders naar een communiefeest waren. Dat was de eerste
keer dat Albert iets scheen te herkennen van de 'schittering van
ontluikende vrouwelijke zuiverheid & innerlijke rust' waar zijn
vader zo graag over sprak met betrekking tot z'n nichtje.
Uit een soort gebaar van dankbaarheid had Nonkel Albert, zoals
z'n vader aldaar liefkozend werd genoemd, een levenslange invitatie
tot het jaarlijks bijwonen van een kerstdiner in het huis van
het echtpaar Joost en Janny. Het was echter al enkele dagen geleden
dat Albert iets van zijn vader had vernomen. Hij had het ouderlijk
huis al afgezocht naar een briefje over mogelijk vertrek naar
familie elders in den lande, maar blijkbaar was hij hem gewoon
elke keer misgelopen. En van terugbellen hield die oude man nou
eenmaal niet.
Hij was er bijna. Voor zich zag hij de limousine voor hetzelfde
huis als zijn eigen bestemming stoppen.
Janny gaf de moed op. Met de pollepel kon ze wel tot aan de eierwekker,
of wat het ook mocht zijn, reiken, maar bij elke mep ertegen bewoog
het ding niet meer dan een centimeter om al snel terug te keren
in z'n oorspronkelijke ligging. Het leek wel of het vast zat.
Beter de boel een beetje aan kant brengen, voor het geval neef
Albert toch nog op mocht duiken. Die kon, zeker rond kersttijd,
onverwachts opduiken, waarna hij tot diep in de nacht met Joost
aan bleef zitten. Was er trouwens wel genoeg drank in huis? Eten
in ieder geval; onder het mom van 'neem nog een lekker stukje
kalkoen' kon ze die eigenheimer lekker z'n 'eigen heim' doen verdwijnen,
bedacht ze vrolijk.
Joost bedacht zich plotseling dat de koplampen die steeds in
het achteruitkijkspiegeltje weerkaatsten, best wel eens van de
auto van Albert zouden kunnen zijn. Met wie hij toch bij het station
had afgesproken! Misschien had Albert gezien dat hij meegenomen
was door de heren in de limousine?
Onder het mom van ouwejongenskrentebrood zouden ze nog een borrel
gaan drinken in het kroegje waar ze van jongsaf kind aan huis
waren. Hoewel je daar de laatste tijd niet meer over kon spreken,
sinds Joost wat meer aan het huis gebonden was door de kuren van
Janny. De traditie bestond echter nog steeds om in ieder geval
één keer in de maand daar wat te gaan drinken & vele reeds gestorven
koeien uit die bijna drooggevallen sloot te halen. Joost had het
zo weten te draaien dat het alleen vanavond echt goed zou uitkomen,
waarna ze gezamenlijk nog wat restjes van het kerstdiner zouden
gaan verorberen bij hem thuis. Zodoende was zijn jeugdvriend de
beste alibi die hij kon hebben.
Het leek nu echter toch even anders te lopen dan hij had gepland.
Spijt van de afspraak met Albert had hij momenteel echter niet.
-- Ton / Zijperspace
--
Het was goed dat Albert er was, bedacht Joost zich.
Hij begreep niet wat er gebeurde. De mannen die zich zijn ontvoerders
noemden joegen hem de stuipen op het lijf; het verhaal over die
duivelse kerstman kon natuurlijk onmogelijk waar zijn, maar wat
was dat rare gewei, die horentjes? En hoe kon de man weten van
die eierwekker? Het maakte niet uit, nu. De gedachte aan de eierwekker
die elk moment kon afgaan overheerste al zijn vragen.
Het belangrijkste was nu dat ze niet het huis binnen zouden gaan.
En Albert; Albert kon zijn afleiding zijn.
Janny's gezicht klaarde op bij het horen van een auto op de
oprit. Daar zou Joost zijn - God dank. Hij mocht niet bij haar
weggaan; dat zou ze niet aankunnen. Ze moest, mňest kunnen doen
waar ze al weken van droomde. Ze had alles uitgedacht; hij mocht
dat nu niet kapotmaken door weg te gaan. Ze wilde het gevoel terug
wat ze een paar dagen geleden had gehad; toen ze Nonkel Albert...
Sinds de gebeurtenis in haar jeugd had ze periodes gehad dat
ze buiten zichzelf leek te treden. Alleen op die momenten was
ze nog gelukkig. Dan hadden de herinneringen geen vat op haar.
Dan was zij sterker en had zij alle macht. Niet hij.
Ze schiep er een satanisch genoegen in op die momenten haar wraak
uit te denken. Steeds wreder waren ze geworden, de laatste jaren,
en steeds meer liet ze zich erin meeslepen. Ze ging die fantasieën
nodig hebben. En ze wilde meer; ze wilde uitvoeren waarover ze
tot nog toe alleen had gedroomd.
Een paar maanden geleden had ze zich niet meer kunnen beheersen.
Ze was naar een zaak voor medische artikelen gegaan, en had zich
voorgedaan als arts in opleiding.
'Voor de anatomie-lessen', had ze gezegd; en ze werd geloofd.
Toen ze weg wilde gaan kwam hij achter haar aan; die vreemde man,
van wie ze nog steeds de naam niet wist. Hij had zich ook niet
voorgesteld; pas toen ze thuiskwam, na hun urenlange gesprek,
besefte ze dat ze niets van hem wist. Hij had een bizar verhaal
gedaan over een rendierkoe en sinterklaas, maar daar was ze niet
serieus op in gegaan. Hij zou haar helpen - en meer kon haar niet
schelen...
-- Puck / Puck's
Podium --
Karel Dikkens zag dat Joost schrok toen hij over de eierwekker
begon. Hij zou hem eens even lekker laten zweten. Zo met zijn
rode pak en die opgeplakte baard zou Joost nooit het kleurloze
mannetje herkennen aan wie hij een week geleden het plan met de
eierwekker vertelde, aan de bar van zijn stamcafé. Het was precies
zo gegaan als Karel gehoopt had; hij had Joost - die onrustig
op zijn kruk heen en weer had zitten schuiven - een paar borrels
aangeboden en op een gegeven moment hadden ze als twee oude boezemvrienden
zitten praten over het leven en de liefde. Joost, zijn tong losgemaakt
door de drank die hij al de hele avond naar binnen had zitten
gieten, had hem alles verteld. Karel was geschrokken van zijn
plannen. Van Janny wist hij al wel dat hun huwelijk niet lekker
liep maar zóiets, dat had hij niet verwacht. Lekker stel, die
twee.
Hij was goed in dat soort dingen, praten met mensen - van jongsafaan
leek het wel of mensen voelden dat hij wilde luisteren, hij hoefde
maar iemand aan te kijken of ze deden hem de raarste ontboezemingen
- ook al leefde hij tegenwoordig dag in dag uit alleen op het
kleine kamertje boven de woning van zijn hospita. Jaren geleden
was hij er gaan wonen toen de kamer, gemeubileerd en gestoffeerd,
via een advertentie in de krant aangeboden werd. Hij was het zat
geweest altijd maar van hot naar her te rennen en onderhand oud
genoeg om het wat rustiger aan te doen. Dat had hij wel verdiend,
vond hij.
Om de zeeën van tijd die hij sindsdien had te verdrijven was
hij zijn eigen winkeltje begonnen, ergens in een achterafstraatje
van de stad. Er kwam geen hond, maar dat gaf niet, kon hij zich
ondertussen bezig houden met zijn oude verwaarloosde hobby. Karel
was altijd al gefascineerd geweest door medische instrumenten,
lichaamsprotheses en dat soort dingen. "Het zal wel door mijn
eigen afwijking komen" dacht hij, "die vreemde fascinatie." Hoewel
hij er mee had leren leven voelde Karel zich toch vaak een buitenbeentje
en schrok altijd weer als eind november de horentjes op zijn hoofd
begonnen met groeien.
Tegenwoordig zette hij in die tijd van het jaar gewoon zijn hoedje
op en ging zoals iedere dag naar zijn uitgestorven winkeltje maar
vroeger brak met de komst van die horentjes een periode van grote
drukte aan. "Een goed geolied bedrijf was het" zei Karel vaak
tegen zichzelf. Met hem aan de leiding. Hulpkerstmannen werden
gebriefd, rendieren gereviseerd en hij besprak met zijn staf welke
mensen dat jaar de hulp van Kerstman zouden kunnen gebruiken.
Karel was blij dat hij een bekwaam opvolger gevonden had na zijn
pensioen, het bedrijf liep ook na zijn vertrek op rolletjes. Alleen
die ene goede daad per jaar, daar kon hij niet buiten. "Zijn Persoonlijke
Missie" noemde hij die.
Maar daarvan wist Janny natuurlijk niets toen ze ergens in oktober
het winkeltje van Karel binnenstapte. Zij wilde alleen maar adviezen
over welke methode en welk gereedschap ze het beste kon gebruiken
om het scrotum van een mannelijk lichaam te ontleden. "Voor de
anatomie-lessen". "Jaja" had hij gedacht. Janny zag er niet uit
zoals de medische studentes die af en toe in zijn winkel kwamen.
Ze leek in haar dure jas en met het mooie hoofdje erboven meer
op een verveelde huisvrouw dan op een studente. Toch gaf hij haar
de scalpels mee. Pas toen ze de winkel uit liep bekroop hem een
naar gevoel.
Snel had hij een briefje met "ben even weg" op de deur van zijn
winkel geplakt en was haar achterna gegaan. In de koffiebar om
de hoek hadden ze gepraat. Janny had hem verteld over haar huwelijk
met Joost. Dat ze het gevoel had dat hij niets om haar gaf en
zich afvroeg hoe ze zo verder kon leven. Over haar verleden, het
misbruik door Nonkel Albert. Huilend had ze daar gezeten, het
wit kanten zakdoekje tussen haar handen geklemd.
Dat ze haar oom om het leven had gebracht, ach, dat kon hij haar
wel vergeven. Nonkel Albert was toch al terminaal, daar had zelfs
zijn bedrijf niets aan kunnen veranderen. Soms was de hand van
God sterker dan de zijne. Haar plan om zijn lichaam dat nu in
stukjes in het vriesvak van de koelkast lag als kerstmaal op te
dienen vond hij kwalijker. Maar enfin, Nonkel Albert was ook geen
lieverdje geweest. Aan het eind van hun gesprek stond zijn besluit
vast: Janny en Joost zouden zijn Persoonlijke Missie van dit jaar
zijn.
"Wat is hier in godsnaam aan de hand?!" dacht Joost toen de Kerstman
zomaar uit het niets over de eierwekker begon, "Zíjn eierwekker!
In zijn appartement! Hoe weet die idioot dat...?". De oude man
naast hem keek Joost grijnzend aan. "Kom kom, nu niet zo benauwd.
Hebben ze je vroeger niet verteld dat de Kerstman alles weet?
Ho ho ho!". Leonard Spokman, sinds jaar en dag zijn trouwe rechterhand,
liet de limousine langzaam tot stilstand komen voor de verlichte
hal van het appartementencomplex waar Joost en zijn vrouw woonden.
Hij stapte uit, liep door de neerdwarrelende sneeuw achter de
auto langs en deed het portier voor Joost open. De kou sloeg hem
in het gezicht. "Stapt u maar uit."
-- Hinke / Suds
and Soda --
Er werd aangebeld. Dan kon het Joost niet zijn.
"Politie!, open de deur, anders wordt hij geforceerd" Het werd
geschreeuwd door de brievenbus, terwijl er al begonnen werd met
het rammen tegen de deur. Snel deed ze open. Vier mannen, aan
hun kleding te zien leden van een explosieven opruimingsteam,
stormden binnen. Een vijfde trok Janny naar buiten en ging op
haar liggen.
"Wat is er in godsnaam aan de hand" wist ze nog te piepen onder
de zware politieman.
"Iemand heeft ons getipt over explosieven in uw woning. Een zekere
meneer Spokman, kent u die? " Het was een nogal vreemd gesprek
zo, met de man op haar. "Hij heeft waarschijnlijk uw leven gered"
"Stapt u maar uit"
Op hetzelfde moment, terwijl hij dat zei, op het moment dat de
autodeur net open was en Joost uit wilde stappen, op datzelfde
moment, terwijl Janny op het balkon stond en een gooiende beweging
had gemaakt, misschien zelfs lachte, toen Leonard Spokman de deur
vasthield en Karel Dikkens aan de andere kant van de auto uit
begon te stappen, precies op dat moment, klonk er een plof in
de sneeuw naast de auto en ging er een eierwekker af. Onwillekeurig
krompen de mannen ineen, maar er gebeurde verder niets. De ontploffing
die nu had moeten volgen, wist Joost, bleef uit.
"Wat doet u nou" riep een politieagent, achter Janny het balkon
opgesneld, "dat is bewijsmateriaal, daar mag u niet aankomen"
Zowel Joost als Karel voelden een hand op hun schouder.
"U bent aangehouden".
Kort keken ze elkaar aan, en Joost dacht zelfs iets bekends te
ontdekken in het gezicht van de kerstman, wiens baard nu scheef
hing. Albert, zojuist uit zijn auto gestapt en verbaasd over het
hele schouwspel, kwam aanrennen. "Karel", fluistert hij, als de
kerstman zijn baard ruw wordt afgenomen. "Mijn liefste Karel,
wat doe jij hier? Wat is hier in godsnaam aan de hand?" Hij wilde
de man omhelzen, maar werd tegengehouden.
"Ook u speelt een belangrijke rol in deze zaak, meneer Albert"
sprak een politieagent, "als belangrijke erfgenaam van het fortuin
van Janny".
Huilend werd Karel in een politiewagen gestopt. "Ik hou van je,
Albert. Ik deed het allemaal voor ons en kleine Tim. Eens zullen
we met kerst weer samenzijn".
Een politieman sloeg de autodeur met een klap dicht.
-- Marcel / Cioran
en http://www.marcelvaneeden.nl
--
Janny zat uitgeput op de bank. Nadat de politiemensen alle vragen
gesteld hadden die ze maar konden bedenken en alles in het huis
onderzocht was, waren ze vertrokken. Ze had zichzelf een flink
glas jenever ingeschonken, de favoriete borrel van Joost. Langzaam
kwam er orde in haar gedachten. De politie had geen
enkel vermoeden dat zij nonkel Albert vermoord had. Waarschijnlijk
dacht de politie dat Joost of die Karel dat gedaan hadden. "Die
rotzak!" mompelde Janny, toen ze weer aan Joost dacht. Die
rotzak had geprobeerd haar te vermoorden!
De telefoon ging. Janny nam op.
"Kan ik komen?" vroeg een stem.
"Ja, alles is weer rustig, maar kom voor de zekerheid via
de achterdeur, zodat niemand je ziet."
De verbinding werd verbroken en Janny nam een flinke slok. Ze
begon te glimlachen.
Tien minuten later kwam Albert de kamer binnen. Janny rende op
hem af en een innige omhelzing volgde. Uiteindelijk namen ze plaats
op de bank.
Janny keek Albert aan en zei "Je begrijpt zeker wel dat ik
je vader vermoord heb? Er liggen nog stukken in de vriezer, dus
als je trek hebt?"
"Pleegvader", corrigeerde Albert haar, "de etterlijder
was mijn pleegvader, dat weet je toch.
"Ja, dat heb ik inmiddels wel begrepen."
Hij kuste haar. "We moeten ons nog maar een poosje rustig
houden", vervolgde Albert, "maar nu zijn al onze problemen
opgelost! Kunnen we eindelijk samen met onze Timmie ergens een
nieuw leven opbouwen, zonder die chantage van die rotzak!"
Toen nonkel Albert erachter was gekomen dat Janny en zijn pleegzoon
samen een kind hadden, had hij gedreigd dit tegen Joost te vertellen
als ze de relatie niet zouden verbreken en als Janny niet elke
week een keer bij hem langs zou komen... Dit had voor Janny de
doorslag gegeven om nonkel Albert te vermoorden. Ze glimlachte
weer. Zijn pleegzoon kende ze al lang voordat ze Joost ontmoet
had. De verliefdheid op Albert was toen verdwenen en kort daarna
was ze met Joost getrouwd. Een vergissing, bleek al snel. Een
geheime relatie met Albert maakte het leven met Joost dragelijk.
Joost...
"Is het niet wonderlijk dat Joost er eigenlijk voor gezorgd
heeft dat wij nu eindelijk bij elkaar zijn?" zei Janny. Albert
knikte, "Ach, het is kerstmis, wonderen komen dan wat vaker
voor." Hij boog zich naar Janny, deed zijn armen om haar
heen en kuste haar.
Buiten kon Leonard Spokman dit tafereel via een kier in de gordijnen
gadeslaan.Hij glimlachte. Zijn ex-baas Karel Dikkens zat in de
gevangenis maar hij, Leonardo Nimmo Spokman, zou elk jaar rond
de kerstdagen proberen de wereld wat beter te maken. De Persoonlijke
Missie van Karel dit jaar om Joost en Janny bij elkaar te brengen
was niet gelukt, maar dit was eigenlijk veel beter.
Tevreden ging Spokman naar huis.
-- Aad / Zwavelaars
--
Terug naar Zwavelaars.